Noordwest Wijn - Specialist in Duitse kwaliteitswijn

Begrippen

Abfüllung
Aanduiding op een Duits wijnetiket. Vaak gebruikt in 'Originalabfullung', dat aangeeft dat de wijn op het wijngoed zelf is gebotteld.

Abstufen
Een wijn van hoge kwaliteit als lagere kwaliteit verkopen. Zo maak je bijvoorbeeld van een Spätlese een Kabinett. Wordt door prestigieuze producenten toegepast

Ademen
Een wijn laten ademen wil zeggen dat de wijn met zuurstof in contact komt zodat zijn aroma zich kan ontwikkelen.

Afdronk
De smaakindruk die in de mond achterblijft, meteen nadat de wijn is uitgespuugd of doorgeslikt. De intensiteit is per wijn wisselend. Vaak is de lengte van de afdronk een graadmeter voor de kwaliteit van de wijn.

Alcoholische gisting
Het natuurlijke proces van gisting. Daarbij worden de suikers in de onvergiste most door gistcellen omgezet in ethylalcohol en koolzuurgas.

Anbaugebiet
Term voor een afgebakend wijnbouwgebied in Duitsland.

Balans
Evenwicht van een wijn. Een goede balans betekent dat de verschillende componenten met elkaar in evenwicht zijn.

Bereich
Term voor een district binnen een wijnbouwgebied in Duitsland. Een samenvoeging van wijngaarden uit verschillende gemeenten, die gelijksoortige wijnen voortbrengen.

Bezinksel
Het depot (of sediment) in de wijn dat uit kleurstoffen, dode gistcellen en tanninen kan bestaan en dat na de gisting naar de bodem van de fles neerdaalt. Bij Champagne wordt dat bezinksel via het ijspropje uit de fles verwijderd.

Bocksbeutel
Een platte, donkergroene, ovale fles. Specifiek voor Duitse Franken wijnen.

Body
Letterlijk vertaald lichaam, ook wordt het woord corps gebruikt. Binnen de context van wijn wordt er de stevigheid, de textuur van een wijn mee bedoeld.

Cabinet
Traditionele benaming in Duitsland voor de privékelder van de wijnbouwer waarin de mooiste wijnen, voor eigen gebruik, werden bewaard.

Decanteren
overgieten van de wijn vanuit de fles in een karaf. Dit gebeurt of bij jonge wijnen als deze veel tanninen bevatten en door de zuurstof de smaakstoffen vrijkomen (ook wel karaferen genoemd), of bij oude wijnen om de droesem van de wijn te scheiden.

Dessertwijn
Zoete wijn, geschikt om bij een zoet nagerecht of een kaasplateau te worden gedronken. Bekende dessertwijnen zijn Sauternes, Muscat de Beaumes de Venises, Muscat de Frontignan, Muscat de Lunel, Muscat de Mireval, Muscat de Rivesaltes, Muscat de Saint-Jean-de-Minervois en Vendange tardive uit de Elzas. Uit Duitsland en Oostenrijk Beerenauslese, Eiswein en Trockenbeerenauslese. Uit Griekenland Samos, Uit Italië Moscato's en Vin santo's. Uit Zuid-Afrika, Californië en Australië late harvest wijnen.

Deutsches Weinsiegel
Een kwaliteitszegel voor wijnen die een speciale kwaliteitskeuring hebben doorstaan, uitgereikt door het DLG, het Deutsches Landwirtschafts Gesellschaft in Frankfurt.

Diabetiker wein
Wijn met een minimum aan restsuiker (per liter hooguit vier gram onvergiste suiker) die daardoor geschikt is voor diabetici.

Dosage
Het toevoegen van in Champagne opgeloste rietsuiker (liqueur d'expédition) aan Champagne, of andere mousserende wijn, vóór de uiteindelijke botteling. De hoeveelheid toegevoegde suiker bepaalt of de Champagne brut, extra dry of extra sec, dry of sec, demi sec of zelfs doux zal zijn

Droog
Bij wijn betekent dit altijd niet zoet.

Edele rotting
Edelrot. Botrytis cinerea.

Edelfäule
Benaming voor Botrytis cinerea, voor de edele of nobele rotting.

Einzellage of Lage
Een individuele wijngaard in Duitsland, vaak spreekt men van wijnberg.

Erzeuger
Wijnproducent.

Erzeugerabfüllung
Term voor mis en bouteille, op fles gebracht door de producent.

Erziehung
Geleiding van de druivenplant langs leipalen met horizontale ijzerdraden of een draadraam.

Fass
Houten vat. Aan de Rijn en Moezel spreekt men dan ook van Fasswein.

Federweisser
Een slechts gedeeltelijk uitgegiste wijn. Deze zoete, nog treobele 'halfwijn' wordt in wijnlokalen geschonken. Zwellende gistcellen en aanwezig koolzuurgas kunnen echter nare gevolgen veroorzaken.

Fermentatie
Proces van de gisting, het vinificatieproces.

Filteren
Het helder maken van wijn voordat deze wordt gebotteld. Veel (vooral witte) wijn wordt vlak voor de botteling schoon gefilterd.

Firne
Smaak en geur welke bij oudere Rieslingwijn ontstaat en dan nog lang een aanvulling op de overige smaken kan zijn. Kruidig, harsig en olieachtig. Wordt het te sterk dan is het een gebrek; niet te verwarren met gout de pétrol.

Flaschengärung
Methode om wijn mousserend te maken; daarbij vindt de tweede gisting in de fles plaats, zoals bij de méthode champenoise.

Flessenziekte
Een tijdelijk gebrek waaraan pas gebottelde wijnen te lijden kunnen hebben. Wordt soms veroorzaakt door het toevoegen van zwaveldioxyde voorafgaand aan het bottelen om de wijnen te stabiliseren. Een maand rust geneest de wijn van deze flessenziekte.

Flurbereinigung
Begrip voor ruilverkaveling. Een complex van maatregelen tot algehele vernieuwing van het wijnland, om tot een infrastructuur te komen.

Fuder
Standaardinhoudsmaat voor een voeder of fust van circa 1000 liter of veelvouden daarvan, vooral langs de Moezel in gebruik.

Gewächs
Etiketaanduiding, gevolgd door de naam van een wijngaardeigenaar of wijngoed. Dit betekent dat de wijn uitsluitend van die plaats komt. Het is dus een soort kwaliteitsgarantie.

Gout de pétrol
de smaak van petroleum. Aroma met olieachtige kenmerken, komt veel bij riesling voor. Dit is afhankelijk van de wijngaard en het jaar, gaat weg met decanteren. Komt voor in gerijpte wijnen.

Halbtrocken
Letterlijk halfdroog. Wettelijk mag het suikergehalte niet meer dan 18 gram per liter zijn. Voor mousserende wijnen geldt een maximum van 50 gram per liter.

Lese
Term voor de druivenpluk in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

Lieblich
Verwerpelijke term voor lichtzoete wijnen. Veel onbestendige wijnen worden in Duitsland met lieblich betiteld.

Most
sap van uitgeperste druiven

Oechsle
suikergehalte in de druif, welke het moment van de oogst bepalen en daarmee het alcoholgehalte.

Oenologie
wetenschap van de wijnbouw en het wijnmaken.

Opleggen
Term voor het 'bewaren van wijn' met de bedoeling de wijn te laten ouderen, te laten rijpen. Wijnflessen worden altijd liggend bewaard, zodat de wijn in voortdurend contact blijft met de kurk. Hierdoor blijft de kurk uitzetten en de fles effectief afsluiten.

QbA
Qualitätswein bestimmter anbaugebieter

QmP
Qualitätswein mit Prädikat. Duitse kwaliteitswijn.

Riesling-Hochgewächs
Rieslingwijn uit alle Duitse wijngebieden met ten minste 1,50 volumeprocent, dat is ongeveer 7 graad öchsle méér dan de voorgeschreven minimumwaarden.

Saar
Zijrivier van de Moezel. Ontspringt in de Vogezen en mondt bij Konz in de Moezel uit. De naam Saar geldt ook als Bereich.

Tannine
Looizuur; een natuurlijke stof die afkomstig is uit de schillen, pitten en steeltjes van vooral blauwe druiven. Tannine komt ook voort uit het eikehout van de wijnvaten. De houdbaarheid van de wijn is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van tannine. Te veel tannine, vooral bij jonge wijn, geeft de wijn een wrange smaak en veroorzaakt een stroeve tong. Tannine wordt in de wijn afgebouwd.

Terroir
Complex samenspel van bodem en klimaat.

Trocken
Duits bedrip voor 'droog'. Droge wijn mag daar niet meer dan vier gram per liter restsuiker bevatten.

Vinificatie
wijnbereiding. De verwerking van de druif en vergisting tot wijn.

Weingut
Wijngoed.

Weissherbst
Synoniem voor rosé als kwaliteitswijn.

Wijnsteenzuur
Eén van de drie in wijn aanwezige zuren; de andere zijn citroenzuur en appelzuur. De aanwezigheid van wijnsteenzuurkristallen is eerder een bewijs van kwaliteit dan een fout. De kristallen zijn zonder smaak en kunnen verwijderd worden. Te weinig wijnsteenzuur vormt eerder een probleem dan te veel.

Zuren
Deze zorgen voor de houdbaarheid en de smaak van de wijn. Van te veel zuren wordt een wijn minder plezierig. Er zijn organische zuren en minerale zuren.