Frühburgunder is als gevolg van een natuurlijke mutatie ontstaan uit Spätburgunder (Pinot Noir). Het smaakpatroon van frühburgunder komt overeen met dat van grote broer spätburgunder. Het grote verschil zit in het feit dat frühburgunder doorgaans twee weken eerder rijp is. Tevens zijn de druiven kleiner.
In de jaren 60 van de vorige eeuw is het ras op 15 hectare na uitgestorven. In het midden van jaren 70 zag met het potentieel van deze druif in en heeft met de aanplant vergroot. Tevens is de wijnuniversiteit in Geisenheim begonnen met kloonselectie om het beste uit het ras te kunnen halen.
Frühburgunder staat voornamelijk is Duitsland aangeplant in de gebieden Ahr, Rheinhessen, Franken, Baden en Württemberg.