
Veel bekender onder de naam Pinot Noir, dé rode Bourgogne-druif met een dunne schil. Deze druivensoort is in staat de meest fantastische wijnen voort te brengen, die lang weggelegd kunnen worden. De vele kleine verschillen in terroir worden middels deze druivensoort uitgedrukt en doorgegeven. De rijping ervan is relatief vroeg, wat deze druif minder geschikt maakt voor warme gebieden. Spätburgunder is gevoelig voor de omvang van de oogst, dus er dient flink gereduceerd te worden voor de pluk. In de jongere wijnen proeven we frambozen, aardbeien, kersen, viooltjes en kool. In de oudere wijnen treffen we meer aardse tonen en een bouquet dat doet denken aan wild en soms zelfs drop. De nogal kleine druiven groeien dicht tegen de steel van de tros.